Ik heb de leeftijd bereikt, waarop met goed fatsoen de woorden in mijn tijd in de mond genomen kunnen worden. In mijn tijd hadden we nog strenge winters, bijvoorbeeld, is met verwijzing naar de legendarische Elfstedentocht van 1963 (Reinier Paping) volledig gerechtvaardigd.
Ik herinner me eerlijk gezegd niet meer zoveel van mijn tijd. Wel dat dingen lang meegingen. En dat dingen het ook altijd deden. Je kocht iets in de winkel, haalde het uit de verpakking en het werkte. Direct.
En mensen deden wat ze zeiden. Behalve bouwvakkers. Die kwamen ook in mijn tijd al niet opdagen als het mooi weer was. Een kratje pils (zeg nooit bier tegen een bouwvakker, dat schept een niet meer te overbruggen kloof) wilde dan nog weleens helpen.
Snel en vooral foutloos
In mijn tijd kon je ook nog typiste worden. Taak: snel en foutloos overtikken wat een ander met pen in schoonschrift aan het papier had toevertrouwd. In mijn tijd waren typekamers nog heel gewoon. Ruimtes waar doorgaans vrouwen de godganse dag woorden van anderen aan het reproduceren waren. Snel en foutloos.
Dat foutloos was vooral omdat een fout herstellen in mijn tijd veel werk was. In principe betekende een tikfout: papier uit de machine en opnieuw beginnen. Je keek dus wel uit om zomaar wat op toetsen te ratelen. Als je er achteraf achterkwam dat er toch een foutje in je werk zat, dan kon soms het flesje klootzakkenwit uitkomst bieden. En dan goed mikken in de machine. Meestal moest het over.
Het begin van het einde: tipp-ex velletjes
Het begon fout te gaan met de wereld met de introductie van tipp-ex velletjes. Dat maakte onzichtbaar corrigeren mogelijk, zolang het papier nog in de machine zat. Ook had de kopieermachine zijn intrede gedaan, zodat doorslagjes – waarop je een fout niet met van die velletjes kon herstellen – hun beste tijd gehad hadden. Je kon met wat creativiteit zelfs fouten wegkopiëren.
Maar al met al bleef het herstellen van een fout oneindig veel bewerkelijker dan het voorkomen ervan. Je kon het maar beter meteen goed doen.
Geboorte van de backspacegeneratie
Niet veel later werden de typekamers, die in mijn tijd nog tijpkamers werden genoemd, uitgerust met elektrische typemachines. Deze hadden een ingebouwd correctielint en een backspace-toets. Hiermee werd het corrigeren van een fout veel gemakkelijker en daarmee het maken van een fout minder ernstig. De backspace-generatie was geboren.
De essentie van het backspace-denken is simpel. Vanuit de doctrine alles is herstelbaar, is het efficiënter om achteraf fouten te herstellen dan vooraf fouten uit te bannen.
Eerste conceptjes, trial & error
Met de opkomst van de tekstverwerker werd het zelfs standaard van teksten eerst een conceptje te printen om achteraf de fouten te corrigeren. Het stond toch op floppy. Met dat als nieuwe modus operandi, gingen geprinte eerste conceptjes naar managers, die er vervolgens met de pen wijzigingen op schreven. Dat ging dan net zo lang heen en weer, tot de manager tevreden was met het resultaat. Een perfect eindproduct is sindsdien het resultaat van een iteratief proces van trial and error.
De generatie van na mijn tijd is groot geworden in het backspace-tijdperk. Op alle fronten van de maatschappij is het schering en inslag geworden. Zelfs de ICT helpdesk maakt er gebruik van: probeer eerst eens opnieuw op te starten en als het dan weer niet lukt maken we een call voor u aan. En softwaregigant Microsoft komt weg met een hele massa bugs in de programmatuur en het advies regelmatig het onderhanden werk even te saven.
Werkt het niet – logisch toch?
Het hele conceptuele idee alleen al, van een helpdesk waar je terecht kunt als iets niet doet wat het zou moeten doen, geeft aan dat we het volstrekt logisch zijn gaan vinden dat iets niet in een keer werkt. En daarmee is de sanity check of het echt wel efficiënter is om fouten achteraf, in tweede instantie, te herstellen naar de achtergrond verdwenen.
En dat is de achilleshiel van de hedendaagse maatschappij. Het is níet vanzelfsprekend dat een bepaald percentage van de klanten die in de wacht staan bij een call center, er wordt uitgeknikkerd en opnieuw moet bellen. Het is níet normaal om een piepsysteem te hanteren bij het verzenden van premiums. Het is zelfs ronduit onacceptabel.
Dit zijn willekeurige praktijkvoorbeelden van backspace-denken: we gummen het wel weg. Met het gemakkelijker maken van herstelprocedures, hebben we onze opdracht aan de klant, om in één keer goed werk af te leveren, zonder zichtbare of verborgen gebreken, ondergeschikt gemaakt aan onze eigen gemakzucht.
We moeten eens gaan beseffen dat niet alle fouten zonder restschade herstelbaar zijn. Backspace maar een eind weg, als het maar goed is voor het naar de klant gaat. Geen trial en al helemaal geen error. Of beter nog: we moeten gaan werken alsof er geen backspace-toets bestaat.
Misschien is dat wel een goed inwerkprogramma voor nieuwe, maar ook oude medewerkers. Een jaar lang werken op een toetsenbord zonder backspace-toets. Het zou voor mij in elk geval een crime zijn. Het aantal toetsaanslagen voor deze column bedraagt ongeveer het dubbele van de som van letters en spaties. En ik weiger te vertellen hoeveel conceptjes van dit stukje er in de papierbak beland zijn.
Bru
Da’s scherp ouwe chirurgijn!
Een mooi tijdsbeeld Yoap met lekkere visuals. Ik ga het lezen!
Toen Paping de tocht der tochten reed lag ik ongetwijfeld in een laag huisvlijtig breisel, ja, in een ledikantje.
De typekamer is van voor mijn werkzame jaren, wij moesten op den duur zelf onze brieven typen, wat ik het liefst op een rammelend museumstuk deed. En ja, met tipp-ex velletjes.
Nu kijk ik vanuit mijn ooghoeken naar een flesje van hetzelfde merk, nog steeds in gebruik voor enveloppen daar mijn geadresseerden tot het soort adresnomaden behoort.
Lang leve de huidige computers, met spellingcorrectie die 8 van de 10 keer kant noch wal raakt.
Ik ga je volgen Yoap.
‘In mijn tijd’ was de klant nog koning, en waren er duizendmaal excuses en goedmakertjes als er iets fout ging. Nu lijkt de klant haast een wegwerpartikel geworden: vooral niet zeuren, want dan laten we niets meer van ons horen – voor jou tien anderen.
Blijf maar lekker tijpen, Yoap, dan blijf ik je lezen!