Ik kom er rond voor uit: ik ben trots op mijn dorp. Dat was ik al, toen even niet, maar sinds een tijdje weer wel. Waarom? Eerst omdat we een flitspaal hadden. Dat is toch zo keigaaf. Een dorp met een eigen flitspaal. Dat iedereen die bij je langs rijdt, later nog een persoonlijk aandenken thuis gestuurd krijgt, zeg maar. Nog nét geen Groeten uit K. De flitspaal werd weggehaald, het is te schofterig voor woorden en eigenlijk heb ik het er best nog moeilijk mee, omdat kruising met de provinciale weg, waar de paal zo majestueus over het landschap regeerde, werd vervangen door een ongelijkvloerse kruising. Nu mag je er wél 100 rijden. En dat scheelt op die 8 km toch gauw twee minuten. De vooruitgang laat zich niet stuiten, maar wat geestelijke nazorg voor mij en mijn 550 dorpsgenoten was fijn geweest.
Mijn gekrenkte dorpstrots werd gelukkig snel in vol ornaat hersteld. We kregen een rotonde! Onderaan die nieuwe afrit bij de ongelijkvloerse kruising, wat op zichzelf ook al een mooi iets is, zo´n ongelijkvloerse kruising. En het is zelfs zo dat de provinciale weg omhoog gaat, speciaal om de weg uit mijn dorp er ongemoeid onderdoor te laten. Uit eerbied. Kijk dan ben je al blij natuurlijk, met zo’n respectvolle ongelijkvloerse kruising, maar de rotonde maakt het gevoel van gelukzaligheid helemaal compleet.
Hij is er natuurlijk niet voor de dorpstrots, maar voor de verkeersveiligheid. En, reken maar dat het werkt. Ik heb geen vergelijkingsmateriaal, want op de plaats waar nu de rotonde ligt was eerst helemaal geen kruispunt. Nu komen de oprit en afrit van de provinciale weg eropuit. Maar ook zonder vergelijkingsmateriaal weet ik zeker dat de rotonde goed is voor de veiligheid. Want er is, in het hele jaar dat de rotonde er is, nog geen enkel ongeluk gebeurd. Ik geef toe: ik heb in die tijd ook nog nooit zelf meegemaakt dat er meer dan één auto tegelijk zelfs maar in de buurt van de rotonde was (van verschillende kanten dan, want vaak zit er eentje voor me die het nog niet weet van die 100 km/u, zeker zo’n aandenken van de flitspaal ontvangen). Zo bezien voegt het weinig toe. En eigenlijk moet ik toegeven dat ik mezelf er al een paar keer op betrapt heb, dat ik wel erg makkelijk die rotonde oprijd, zonder goed te kijken, ook als ik onder de ongelijkvloerse kruising doorkom. Maar dan heb ik, dankzij de rotonde ook voorrang. En daar gaat deze column over (eindelijk). Contraproductieve veiligheidsmaatregelen. Het zou ook over de gemeentelijke begroting kunnen gaan. Wat kost zo’n rotonde nou eigenlijk en wat krijg je er voor terug, maar die rotonde hebben we denk ik van de provincie cadeau gekregen, dus dan geeft het in elk geval minder als er wat geld wordt verkwist.
In het kort is dit mijn betoog: mensen die zelf heel goed uit hun doppen kunnen kijken worden als infantiel behandeld door ze te helpen met veiligheidsmaatregelen. Vervolgens gaat iedereen zich blind staren op de checks and balances van het veiligheidssysteem en gaan we ons ook infantiel gedragen en helemaal niet meer zelf uit onze doppen kijken. Het ultieme gevolg is dat de veiligheid de facto afneemt omdat de risk awareness verslapt.
En het gebeurt echt. Overal. Je hoeft maar om je heen te kijken.
Automobilisten die, omdat de navigatiemevrouw het zegt, rechtsaf de sloot in rijden. Als vroeger je vrouw weer eens geen kaart kon lezen, schold je haar stijf. Wat nou rechtsaf, stomme trut. Je kúnt hier helemaal niet rechtsaf, of wil je dat ik je met dat die stomme dochter van je het kanaal in rijd. Er is toch geen brug? Zie jij een brug? Nee? Nou dan. Wijven, zucht! Om onverklaarbare redenen vertrouwen we onze eigen zintuigen, die ons al jarenlang aantoonbaar voor grote ongelukken behoeden, minder dan een ingeblikt apparaat, waarvan we weten dat het helemaal niet op de weg kijkt.
Hee, we remmen, klinkt het in de cockpit. Ja, want we zijn bijna beneden, kijk maar op de hoogtemeter. Kijk op de hoogtemeter? Kijk naar buiten! Er zitten niet voor niets raampjes in een vliegtuig of zou dat om zijn een beter uitzicht te hebben terwijl je neerstort. Kijk naar buiten en zie dat je nog niet beneden bent, sukkel. Gas geven! Zou weer wat doden gescheeld hebben.
In de plaats waar ik een jaar lang naar de middelbare school ging, was een fietspad met een onbewaakte overweg. Het kan zijn dat er een AKI was. AKI staat voor automatishce knipperlicht installatie. Dat waren trouwens slimme dingen, want als de kust veilig was knipperden ze wit, zodat je als hij stuk was niet zou denken: geen licht dus geen trein. Goed over nagedacht, respect. Zouden ze nu niet meer mee komen. Ik heb in mijn auto dus geen lampje dat aangeeft of mijn brandstofindicatorlampje kapot is. Ik twijfel dan ook vaak of ik nou rustig door kan rijden of dat mijn tank leeg is maar dat lampje het niet doet.
Maar goed, de AKI in Enkhuizen dus. AKI’s waren onveilig, wist men, of misschien was er toch wel geen AKI, hoe het ook zij, de boel moest beter beveiligd worden. Dan bestaat er zoiets als een AHOB (wie weet het: ja: automatische halve overweg bomen, stoppen of doorgaan voor de koelkast?) Ook goed over nagedacht zo’n AHOB, geen hele bomen, want dan zit je ertussen en kun je geen kant meer op. Alleen jammer dat je niet weet of de H nu voor halve of voor hele staat.
Maar voor zo’n toeristisch fietspaadje was een AHOB denk ik te duur. Dus kwam er een chicane, tenminste zo noemde ik die drie hekjes aan elke kant waar je tussendoor moest slalommen. Eigenlijk moest je afstappen en je fiets met de hand tussen de hekken door geleiden, maar dat doe je als bravourjochie natuurlijk niet. Als je goed je best deed kon je er fietsend net tussendoor mannouvreren, Moest je wel erg goed je aandacht erbij houden. Bij die hekken dus, wel te verstaan. Want vaak trof ik mezelf, helemaal trots dat het me weer gelukt was, midden op de rails aan, beseffend dat ik helemaal niet had gekeken of er misschien een trein aan kwam. Dat ik niet door een trein gegrepen ben, en nu nog in staat om deze column te tikken is niet dankzij, maar ondanks die veiligheidsmaatregel.
Hetzelfde gebeurt in het bedrijfsleven. Risicomanagement is voor elk bedrijf een must. Terecht. Om te laten zien dat we in control zijn bouwen we hele processen met key controls en stoplichtrapportages. Terecht. En vervolgens varen we blind op die rapportages, zonder zelf nog naar de realiteit van de dag te kijken. Niet terecht. Daar komen ongelukken van. In het kort zijn er twee problemen met het huidige risicomanagement: Focusverschuiving van de risico’s zelf naar het riskmanagement proces en absoluut vertrouwen in de onfeilbaarheid van de risico dash boards die we door dure consultants hebben laten ontwikkelen.
Om te beginnen met het eerste. Als je wilt dat je in de dagelijkse praktijk verstandig omgaat met risico’s moet je een continu awareness programma uitvoeren. De man of vrouw op de werkvloer moet weten wat er mis kan gaan als hij of zij verkeert handelt en bovendien begrijpen hoe ongelukken ontstaan. Iemand die in een kernreactor werkt moet begrijpen wat er met staven brandstof gebeurt als je die verkeert behandelt. Dat wetende is er een noodzaak om je aan de goede veiligheidsmaatregelen te houden. We leren mensen om als een rood lampje brand op een groen knopje te drukken en niet om als de temperatuur stijgt de staven uit de reactor te halen. En voor je het weet krijgt het de betekenisloosheid van een computerspelletje, waar je altijd wel een paar levens over hebt of waar je desnoods gewoon op replay kunt klikken.
En dan de dash board. Goed dat ze er zijn, zeker als ze aangeven dat er iets fout is, want dan is er een aardige kans dat dat ook zo is (loos alarm mag niet te vaak voorkomen, want dan denk je steeds dat het wel weer loos alarm zal zijn). Een signaal triggert een getrapte reeks van preventieve of cutarieve maatregelen. Maar we moeten ons niet in slaap laten sussen door groene stoplichten. Misschien is er gewoon een metertje stuk. Tripple A ratings voor mandjes dubieuze hypotheekleningen zijn een zo’n onterecht groen licht, maar ook een thermometer in een kerncentrale kan defect zijn. Als er rook uitkomt, is er toch wel wat mis. Altijd met één oog naar de werkelijkheid zelf blijven kijken, is het devies. Zeker als het dash board zwijgt. En bij conflicterende signalen je eigen waarneming boven het dash board stellen. Anders eindig je met meer risico’s dan je begon, of in elk geval met een grotere kans dat een foutje onopgemerkt blijft.
Terug naar mijn dorp, waarop ik nog steeds trots ben, vanwege de eerbiedige ongelijkvloerse kruising die een onoverzichtelijk kruispunt heeft opgeleverd, waar we uiteindelijk een rotonde aan te danken hebben. Ik zal er eens wat extra rondjes op gaan rijden, om er gevoel bij te krijgen. En ik ga daarna eens zelf kijken hoe die begroting in elkaar zit, want volgens mij hebben we hier ook nog wel wat control issues.
Bru