Veel gekrakeel over de AOW deze week en allemaal over geld. Ten onrechte. Het zou moeten gaan over het evenwicht tussen productie en consumptie. En met de toenemende productiviteit in termen van output per mensuur ontstaat er een nieuwe economie waarin loon naar werken geen houdbaar begrip is. Automatisering 2.0 vraagt om een nieuwe economische orde met een rehabilitatie voor het begrip basisloon. Misschien wordt geld wel weer helemaal overbodig.
De vergrijzing en de toemenende levensverwachting maken de huidige AOW regeling onbetaalbaar. Met die redenering wordt de maatschappij klaargestoomd voor een verhoging van de AOW leeftijd. Noodzakelijk, want we worden met z’n allen ouder, en mogelijk, want we blijven ook langer gezond. Er zijn op termijn anders te weinig mensen die werken en daarmee het geld verdienen voor de mensen die niet werken. Voor de individuele en bedrijfspensioenen geldt min of meer hetzelfde: je leeft langer, dus bij de huidige premie is de spaarpot leeg voor je doodgaat. Als we nu die AOW-gerechtigde leeftijd en en passant ook die van de bedrijfspensioenen verhogen, is het verhaal, dan komt die verhouding weer in balans.
Money makes the word go round
Klinkt erg plausibel, niet? Het probleem is dat deze redenering het begrip geld verabsoluteert. Of in elk geval de waarde van geld als algemeel ruilmiddel. Volg mijn betoog waarin ik u – als een ervaren reclameprofessional – eerst erg aan het schrikken maak en daarna geruststelling biedt. Geeft een goed gevoel. Vertrouw me maar.
Als er maar genoeg geld was, en dat is nu helaas door de crisis verdampt, zou volgens de redenering van de regering de pensioenleeftijd helemaal niet omhoog hoeven. Want met dat geld kunnen we dan de goederen en diensten kopen die we nodig hebben. Dat staat nog maar te bezien. Of in elk geval de prijs van die goederen en diensten. Effecten zijn meestal duidelijker in extreme vorm. Laten we ons daarom eens een maatschappij voorstellen van louter multi-millionairs. U en ik horen daar natuurlijk ook bij. We zijn collectief rijk geworden door met z’n allen in de doorstart van DSB te stappen en hebben onze aandeeltjes te gelde gemaakt. We gaan puissant rijk onze oude dag tegemoet, u, ik en die andere Nederlanders. En op een goede dag besluiten we te gaan rentenieren, werken kon mij persoonlijk toch al nooit zo bekoren.
Lege schappen
Met een comfortabel banksaldo en een goed gevulde koelkast stappen we ‘s avonds in bed en daar blijven we voorlopig. Na een leven van hard werken hebben we wel wat rust verdiend. Als na eenpaar dagen de melk op is, nemen we onze pinpas, stappen in de auto en rijden naar de supermarkt. Die blijkt dicht. Logisch, want de supermarktboer is ook aan het rentenieren, net als trouwens de broodboer, de groentenboer, de vleesboer en de sigarenboer. Get the picture? Als iedereen thuis zit, helpt een goed gevulde portemonnee echt niet: geen consumptie zonder productie. Hoe rijk je ook bent, als er geen werksters zijn kun je toch echt zelf je WC-vloer dweilen. Of je eigen reet wassen als je ziek bent. Mocht er nog ergens een verdwaalde ziel rondlopen die de DSB-slag heeft gemist en die nog wil werken, dan zal blijken dat de koopkracht van de veelcijferige banksaldi door een gigantische inflatie wegerodeert. Met een verhouding van vraag en aanbod als 10 miljoen gegadigden voor één poetsvrouw gaat de prijs net zo lang omhoog tot nog maar tien gepensioneerden het kunnen betalen. Daar zit je dan met je geld. Dit is het punt in het verhaal waarop u bang moet worden.
Aanbodfunctie is cruciaal
Conclusie tot zover: je moet niet alleen geld hebben, je moet ook de aanbodfunctie in stand houden anders heb je niks aan dat geld. Dat lijkt alleen maar een extra en krachtiger argument voor een latere pensionering. Immers als die kwieke en fitte zestigers met z’n allen aan de slag blijven kan de gepensioneerde consumeren tegen een redelijke prijs. Hij heeft geld en kan er iets mee kopen. Waarom is het dan toch niet waar dat die leeftijd omhoog moet?
Zoals al betoogd, consumptie en productie dienen in balans te zijn. Dan is geld en afdracht van AOW premie feitelijk helemaal geen issue. Al het geld dat producerenden afdragen aan AOW-premie komt als omzet weer terug van diezelfde consumerende AOW’ers. Eigenlijk produceert de werkende bevolking gewoon goederen en diensten voor de gehele bevolking, werkenden en niet werkenden. Daarin is de huidige complexe economie niet anders dan die van primitieve jagersverzamelaarsvolken. Geld is slechts een middel om de consumptie te reguleren. Om de individuele aanspraak op het totaal geproduceerde te limiteren.
Toenemende productiviteit
In de traditionele economie zijn er relatief veel producenten nodig om in de gezamenlijke consumptiebehoefte te voorzien. Alleen die groep, die om algemeen geaccepteerde redenen niet deel kán nemen aan het productieproces, is daarvan vrijgesteld zonder zijn consumptierechten te verspelen. Het heersende beginsel is beginsel loon (lees: consumptie rechten, relatieve aanspraken op het geproduceerde) naar werken. Door een stijgende arbeidsproductiviteit met de zelfde verhouding tussen werkenden en niet werkenden is het algemeen consumptiepeil toegenomen. Da´s mooi, dat noemen economen welvaartsgroei. maar wat nu indien de productiviteit zo hard toeneemt, dat de totale productie niet meer te consumeren is? Dan ontstaat er overproductie, nergens goed voor, en gaan we producenten uit het productieproces weren. Er ontstaat werkloosheid. Dit is een fundamenteel andere werkloosheid dan de traditionele werkloosheid die opgeld doet bij vraaguitval.
We staan naar mijn volle overtuiging aan de vooravond van een periode van explosieve productiviteitsgroei. Dat komt door de exponentiële groei in de techniek. Ray Kurzweil maakte dat vorige maand op een seminar van Curious Minds nog eens extreem duidelijk. We zijn hard op weg naar de volautomatische samenleving, waarin we met een klein deel van de populatie kunnen produceren wat we met zijn allen consumeren. Dan is volledige werkgelegenheid, waar we in de quasi maakbare samenleving zolang naar streven niet langer het doel. Koeien worden volautomatisch geïnsemineerd en hun kids worden al even volautomatisch verwerkt tot kalfkroketjes die je even makkelijk uit een raampje kunt plukken als een destijds in het paradijs een appel van de boom in. De mensheid wordt weer een volk van jagersverzamelaars, maar dan op een veel hoger consumptieniveau om dat we het productievolume van de natuur vele malen hebben verhoogd. Er zijn dus goederen en vast ook diensten zoals ziekenzorg in overvloed.
Exponentiële groei is onvoorstelbaar
Deze ontwikkeling gaat veel harder en verder dan we ons nu kunnen voorstellen. Dat gaat zo met exponentiële groei. Denk maar aan het verhaal van die Chinese keier die een man beloonde met één rijstkorrel op het eerste vak van een schaakbord, twee korrels op het tweede vak, vier op het derde enzovoort. Elk vak het dubbele van het vak ervoor. Na tien vakken zit je op duizend, na twintig op een miljoen, na dertig op een miljard etc. Als het eenmaal versnelt gaat het onvoorstelbaar hard.
Met die groei van productiviteit kun je niet meer spreken van arbeidsproductiviteit. Daarvoor is de hefboom op de factor arbeid veel te groot. Er is feitelijk sprake van arbeidsloze productiviteit. Er zal nog werk zijn voor, laten we zeggen 5% van de beroepsbevolking. Dat is mooi, want dan zijn we én van het werk én van het geneuzel over de pensioengerechtigde leeftijd af. We moeten dan wel gaan neuzelen hoe we de consumptierechten gaan verdelen, want loon naar werken is er dan niet meer bij. Maar dat is mar een overgangsfase.Als de volautomatische maatschappij zijn intrede doet is er genoeg voor iedereen. Het paradijs breekt uit. En dan? dan schaffen we de AOW helemaal áf,
Yoap, leuk stuk over AOW en productiviteit (en nog positief ook). Wel is er een zaak die volgens mij buiten beschouwing wordt gelaten. Nl. dat het eisenpakket ook omhoog gaat als de efficientie toeneemt. Kijk naar auto’s. Een middenklasser van tegenwoordig zou 30 jaar terug als limousine gekwalificeerd kunnen worden. Dat geldt voor meer zaken. De toegenomen efficientie heeft tot hogere eisen geleid. En die ontwikkeling zal zo blijven. Er is altijd behoefte aan nog beter. Concurrentie zal veel mensen aan het werk blijven houden.
Overigens vind ik het een heel leuk stuk dat je geschreven hebt dat doet denken aan stukken van de econoom Paul Krugman.
Gr. Hans (nog slechts 67-40 = 27 jaar te gaan)